Ingrediënten:
| | 4 varkenskoteletten van ca 3 cm dik 75 gr boter 1 grote ui stukje wortel 8 jeneverbessen 1/2 tl basilicum peper, zout 8 el paneermeel 1 el fijngesnipperde ham 2 el fijngehakte peterselie citroensap 2 dl witte wijn 1 dl kippenbouillon
|
|
Bereiding:
| | Druk of stamp de jeneverbessen fijn en vermeng ze met de basilicum, 1/2 theelepel zout en wat peper; wrijf hiermee de koteletten in. Bak ze in een koekenpan voorzichtig aan beide kanten in een gedeelte van de boter goudbruin, zorg dat het kruidenlaagje erop blijft en doe ze over in de natgemaakte Römertopf.
Laat de gesnipperde ui en wortel in het achter- gebleven braadvocht licht kleuren, voeg de wijn toe en laat die op een groot vuur tot de helft indampen. Voeg de bouillon toe en giet dit geheel met de groente over het vlees.
Bak het paneermeel in de overige boter bruin en vermeng het met de ham, de peterselie en wat citroensap. Verdeel dit mengsel over de 4 koteletten. Leg de deksel op de schotel, plaats hem in een koude oven, stel de oven in op 200 graden C en stoof de koteletten in ca 1 uur gaar en mals.
Neem de koteletten voorzichtig uit de schotel. Zeef het achtergebleven vocht in een steelpannetje en laat het snel tot een halve kop inkoken. Leg de koteletten terug in de schotel en giet er de saus langs.
Suggestie:
Warm opdienen met abdijbier en in boter gebakken aardappelen.
|
|